Aleister Crowley, het geweten van een robot, het principe van ‘wie begint, dwingt’, de definitie van een recht en de daadwerkelijke 7 deadly sins

  1. Man has the right to live by his own law- to live in the way that he wills to do: to work as he will: to play as he will: to rest as he will: to die when and how he will.
  2. Man has the the right to eat what he will: to drink what he will: to dwell where he will: to move as he will on the face of the earth.
  3. Man has the right to think what he will: to speak what he.will: to write what he will: to draw, paint. carve, etch, mould, build as he will: to dress as he will.
  4. Man has the right to love as he will :- take your fill and will of love as ye will, when, where, and with whom ye will.
  5. Man has the right to kill those who would thwart these rights. the slaves shall serve. Love is the law, love under will.

Aleister Crowley schrijft hier over de wil van de mensheid. Niet over individuele wil. Hoewel er een aantal mensen zijn die je stellig zouden overtuigen dat dat wel zo wordt bedoeld.

In de grote religies en de ‘heilige’ schriften gebruiken ze namelijk dezelfde metafoor van ‘wil’. Vrijwel altijd spreken ze dan over ‘god’ die iets in creatie bewerkstelligt. Zelf heb ik er een hekel aan wanneer men beargumenteerd aan de hand van een quote uit de bijbel of ander boek.

De teksten in deze boeken hebben dikwijls geen bronvermelding. Want anders zou de claim van ‘goddelijke’ oorsprong snel zijn komen te vervallen.

Alle sociale conditionering die als grondslag leunt op diezelfde teksten, zijn per definitie niet valide en uiteindelijk gedoemd cultureel dogmatisch. De vrije interpretatie van tekst merkt men door de geschiedenis heen. Bij de laatste keer had men de strategie voor verspreiding uitgevonden: keep it stupid simple. En dat resulteerde in de quran voor de moslim. Dit betekent dus niet dat wijsheid uit de quran op zichzelf geen kennis bevat. Echter is het aan de mens om voor zichzelf het echte werk, onder de interpretatie en verkrachting ervan door religieuze indoctrinatie en sociale conditionering, te ontdekken.

Geweten en vrije wil

Een wereld waar een vrije wil bestaat, is een wereld waar geweten heerst. Geweten is niet hetgeen religies ervan proberen te maken. Geweten is uiteindelijk kennis. Het woord bevat zowaar het synoniem voor kennis, ‘weten’.

Echter spreekt men als men het over geweten heeft niet over geweten als kennis. Maar meestal spreekt men over geweten als een inherent onbewuste menselijke vaardigheid om een gevoel (van schuld) te kunnen ervaren. Of in ieder geval beschrijft men bij geweten het waarnemen van een fysiologische en/of psychologische reactie in het individu op een gebeurtenis in het verleden. Dat is waarschijnlijk de reden dat de ontwikkeling van de taal ervoor heeft gezorgd dat geweten in het voltooid deelwoord, oftewel in het verleden, van het werkwoord is opgenomen.

Men kan over iets of iemand als bewustzijn spreken bij observatie van het beoefenen van dat geweten. Vrije wil is de keuze van iets of iemand met bewustzijn om te kiezen voor de beoefening van het geweten. Het observeren en vaststellen van een vrije wil die de keuze maakt in overeenstemming met het geweten, is het vaststellen en bevestigen van een bewustzijn.

Het geweten van een robot

Kan een robot in deze definitie ook beschikken over een geweten? Een robot is namelijk een kei in het toepassen van kennis en het gebruiken van informatie, oftewel data, om daarmee gepast gedrag te uiten. Waar zijn een robot en een mens, buiten dat een robot cognitief superieur is, wezenlijk van verschil?

Voor elke vorm van beoefening van dit (artificieel) geweten, is een beginsel ofwel fundament van data (kennis) nodig. Terwijl een mens ogenschijnlijk fundamentele kennis, of innerlijk weten, tot zijn beschikking heeft. Heeft een robot dikwijls input nodig, alvorens er een output geproduceerd kan worden. Kunstmatige intelligentie kan, hoewel het de schijn ervan kan werpen, niet beschikken over fantasie. Fantasie heeft een etymologie vanuit het Latijnse woord ‘phantasia’ en oud-Grieks phantasíā. Het is waar de woorden fenomeen, fantastisch, fase en fantoom vandaarn komen. Phantasíā betekent: ‘droombeeld, hersenschim’, ‘dwaasheid’ ,‘verbeelding’ ‘verbeelding(skracht)’ ‘gedachte, idee’ ‘voorstelling, idee, indruk’,‘verschijning’ en afgeleid van het werkwoord phantázein ‘zichtbaar maken, tonen’ bij phantós ‘zichtbaar’, dat een afleiding is van phaínein ‘(doen) verschijnen’.

Alles om ons heen, is ooit gecreëerd. De stoel waarop je zit, het bed waarin je ligt en het huis waarin je je bevindt, zijn gecreëerd. Daarmee kan je verder redeneren dat de vaardigheid om iets uit niets te creëren, als een beschikbare vaardigheid bestaat. En verder, dat het praktiseren van deze vaardigheid, op het moment van vervaardiging, een vrij verloop heeft gehad. Een vrij verloop van iets in de natuur, kan als de vrije wil van de natuur van datgene worden beschouwd. Fundamentele kennis over de rechten van een vrije wil, zijn hiervoor voorwaardelijk.

Anekdote op school

Ik zit in de klas en heb, zoals gewoonlijk, mijn huiswerk tot het neurotische aan toe netjes gedaan. Het was een les wiskunde en het ging over logaritme en het natuurlijk logaritme. Aan het einde van het blokuur, in het laatste halfuur, kregen we de gelegenheid om de thuis gemaakte opgaven te controleren middels het antwoordenboek. Tijdens de les, kwam ik erachter dat ik de stof minder goed beheerste dan ik initieel dacht. Dus vroeg ik de lerares om reservering van het antwoordenboek. Zij geeft mij het antwoordenboek, op voorwaarde dat ik de huiswerkopgaven al heb proberen op te lossen. Dit heb ik uiteraard gedaan.

Zo begin ik op mijn plek met het vergelijken van mijn oplossingen en die uit het antwoordenboek. Maar ik kan er geen kaas van maken. Ik schiet in de stress en ga de antwoorden nog eens na. Op dat moment trekt een medescholier, die een maatje groter dan ik was, het boek uit mijn handen.

Ik spring uit mijn stoel en verzoek hem het boek terug te geven. Hij probeert mij te negeren. Ik trek het boek vervolgens agressief uit zijn handen. De gehele klas en de lerares horen en bemerken deze tentoonstelling. De lerares grijpt in en neemt het boek terug, om het ons beide te ontzeggen.

Ik zei: ‘Dat is niet eerlijk, want hij begon!’ Waarop de lerares zei: ‘het maakt niet uit wie ermee begonnen is!’.

De sociale onkunde van mij om met zo’n situatie om te gaan, laat me achter met een vervuld (slachtoffers)gevoel.

Dit zorgt ervoor dat ik niet rationeel de situatie betracht. Ik voel dat er iets niet klopt en voel de oneerlijkheid, maar schuif dat simpelweg af als het resultaat van sociale onkunde van mijn kant. Om de gebeurtenis in een filosofisch perspectief te kunnen plaatsen, komt niet eens in me op.

Wie begint wint

Het maakt niet alleen WEL uit wie ermee begonnen is. Het ENIGE dat telt is wie ermee begonnen is. Het ENIGE dat telt, want degene die daadwerkelijk geweld heeft gepleegd, is degene die het eerst toesloeg. De initiatie van agressie aan de kant van mijn klasgenoot, was de eerste en de enige immorele actie in dit conflict. De lerares is niet alleen niet op de hoogte van dit feit. Het boeit haar helemaal niet wie moreel gelijk had en wie niet. Ze zou mijn reactie later omschrijven als ongewenst, raar en overdreven. Dat kreeg ik later van mijn ouders te horen, in ieder geval.

De foutieve adoptie van de mindset: ‘wie begint, wint’; zou mij later nog veel in de problemen brengen. En deze mindset heerst bij veel meer (onzekere) mensen. Zo werd mij in het uitgaansleven veelvuldig door mannen verteld dat, als je ruzie krijgt, je ervoor moet zorgen dat jij de eerste bent die uithaalt. Want als de ander als eerste uithaalt, ben jij knock-out geslagen en dat is een (eeuwige) schande voor je mannelijkheid.

Geweld en vechten

Hetgeen ik mijn vroegere zelf had willen uitleggen, was de definitie van geweld. Geweld wordt namelijk vaak over dezelfde kam geschoren als vechten. Het wezenlijke verschil tussen geweld en vechten, is dat geweld altijd het initiëren van dwang is.

Dus zodra je over de grens stapt om dwang te gebruiken, wordt dat: geweld. Het initiëren van geweld om dwingende redenen, voor dwingende toepassingen wordt geweld; dat maakt het geweld. Vechten op zich is geen geweld. Als zodanig is vechten een actie, waarvan men altijd het natuurlijke recht heeft om te ondernemen, en dit omvat de verdediging, de fysieke verdediging van iemands persoon, hun lichaam, tegen geweld. In die situatie kan (defensief) geweld, om een andermans initiatie van geweld te doorbreken, worden toegepast. Dit geldt dus dikwijls wanneer je anderen met elkaar ziet vechten.

Gevecht en politie

Als je niet weet wie begon, dan is elke vorm van inmenging, niet met wijsheid aan te raden. Sterker nog, je ontneemt hen de ervaring en de wijsheid die daaruit voortkomt.

Meestal als ik mensen zie vechten, observeer ik van erg dichtbij hoe het gevecht verloopt.

Ik zorg ervoor dat beide partijen geen slachtoffer van politie-optreden worden, dus let op aankomend verkeer. Wanneer wel dreigt politie op de scene te arriveren, alarmeer ik de partijen. Het verbaasd me keer op keer dat het schreeuwen van ‘POLITIE’ zo’n shockerend effect heeft op vechtende mensen. Ze worden vrijwel direct voor een aantal seconden de beste vrienden, die hun conflict voor beide, met enig oppervlakkig gevoel van trots, smaakvol willen oplossen.

Soms zou ik helpen, door willekeurig toeschouwers af te raden van de noodzaak van politie-optreden. Ik stel ze gerust met een smoes. Zoals dat het mijn vrienden zijn, voor de grap vechten, weddenschap hebben verloren, etc. Dat ligt aan de specifieke situatie. Want als ik niet weet wie er begon, dan is het voor mij, alsook andere toeschouwers, geen recht om in te grijpen of hen te stoppen. Vaak schat je wel in waar het conflict om draait en is het afgelopen binnen luttele minuten. Meestal is het een botsing van twee individuen, in een slecht humeur, waarvan de rechten zijn afgenomen of beschadigd. Het geloof en overtuiging in moraliteit, gezichtsverlies of reputatieschade in de buurt, is meestal genoeg motivatie om op de vuist te gaan. Commerciële redenen voor het conflict kom ik verrassend weinig tegen.

Initiatie

Wanneer je wordt aangesproken met agressie, behoudt zich het recht voor om te reageren met agressie en bereidheid tot vechten, oftewel defensief fysiek geweld te gebruiken tegen een dergelijke aanval.

Immorele initiatie van fysieke kracht of geweld bestaat uit het onterecht dwingen, tegen te houden of in bedwang te houden van een andermans recht op beweging. Niemand heeft ooit het recht om geweld te plegen, omdat geweld er altijd mee begint. Initiatie, dat is het trefwoord. Het is de immorele, de onrechtmatige initiatie.

Onthouding van het oneindige mannelijke

Je onthouden van de acties in de momenten dat het recht op zelfverdediging van toepassing is, geeft geen recht op het initiëren van geweld in de toekomst, uit (wraakzuchtige) gevoelens. Dat betekent dat het niet een recht is dat je kunt ontlenen uit eerdere confrontaties of conflicten en kunt ‘bewaren’ of ‘opslaan’ voor latere transgressies. Dit geldt overigens niet alleen voor persoonlijke vetes maar voor al het menselijk contact.

Hoevaak geweld op mij geïnitieerd is, hou ik ondertussen niet meer bij. Maar als ik de individuele rechtvaardiging en motivatie van dit geweld achterhaal, heeft dit vaak een oorsprong in conflict(en) waarin hij of zij het recht op zelfverdediging ofwel oneindige principe van heilig mannelijkheid, niet heeft kunnen toepassen. Een mindset: ‘wie begint, wint’, vaak als gevolg, zoals eerder aangekaart in mijn persoonlijke ervaringen in het begin van de middelbare school.

Wie begint, dwingt

En nogmaals, het is heel moeilijk voor het ego om te begrijpen. Initiatie is alles. Ik zou ervan kunnen maken: ‘Wie begint, spinnt’. Ofwel het Duits: ‘Wer beginnt, spinnt’.Dit betekent: ‘Wie initieert, is een idioot’. Of: ‘Wie begint, dwingt’.

Het ego wil dat niet horen. Het menselijk ego is zo lang geconditioneerd om elke uiting en elke vorm van agressie, woede, vechten en geweld als fout, immoreel of verkeerd te betrachten. We leren deze dingen verbaal en mentaal aan elkaar gelijk te stellen. Terwijl ze dikwijls in feitelijk complete tegenstellingen van elkaar staan.

Voorbeeld: wie begint, dwingt

Als een kind op school door iemand anders werd aangereden en dat andere kind zei, misschien zelfs twee keer zei: ‘stop met wat je aan het doen bent’. En toen het andere kind niet wilde stoppen, sloeg hij hem en sloeg hem buiten westen. Ik zou andere mensen vragen ‘wie sloeg eerst?’ En als het kind dat op de grond lag, als eerste sloeg, zou ik zeggen: ‘Je hebt gekregen wat je verdiende.’ Dat is het.

Omdat die persoon het recht had om te vechten. Je had geen recht om hem aan te rijden, te blokkeren en te bedwingen. Hij had het recht om jou buiten westen te slaan.

Conditionering en eigen ervaring

Veel mensen willen dat niet horen, omdat ze erg geconditioneerd zijn. En ik zeg niet dat je dat moet doen. Jij behoudt je ook het recht voor om dat niet te doen. Maar het principe van het heilige mannelijke recht bestaat, en heeft altijd al bestaan. Het is een, in de oneindigheid, natuurlijk gegeven geboorterecht. van beide dingen. Je zou het recht hebben om niet met fysiek geweld te reageren, maar je zou het recht hebben om met fysiek geweld te reageren. Kijk, dat is een beslissing uit vrije wil die de persoon heeft. Dat is het recht om tussen deze acties te kiezen.

Ik zou daarbij echter wel willen benadrukken dat mijn ervaring is, dat het mezelf onthouden van het toepassen van het heilige mannelijke recht, zorgt voor een onzekerheid ofwel vervrouwelijking van mijn gedrag en psyche. Het filosoferen en het beoordelen van situaties om je heen, kan al een grote stap zijn voor de meeste mensen. Je zult merken dat wanneer je goed handelt en correct hebt ge-analyseert en geïnterpreteerd, dat het resulteert in een stabiele en standvastige mentaliteit en zelfzekerheid over fysieke conflict-situaties.

Definitie van een recht

De definitie van een recht is: elke handeling die geen schade toebrengt aan een ander levend wezen of hun eigendom. Er bestaat niet zoiets als het ‘recht’ om een andere persoon te stoppen om een recht uit te oefenen. Als iets een recht is, bestaat er niet zoiets als iemands recht om u ervan te weerhouden die handeling uit te voeren. Dat zou dwang zijn, dat verkeerd is.

Voorbeeld van een recht

Dus, de inname van, laten we zeggen marihuana, schaadt bijvoorbeeld niemand anders. Je kunt dat in je lichaam stoppen, volkomen vreedzaam gaan zitten en geen schade toebrengen aan een ander levend wezen. Dat heet een recht, op de zeer specifieke definitie dat het geen schade aan een ander aanricht. Ik zou niet het recht hebben om te vertellen dat een andere persoon ‘die handeling’ of ‘dat gedrag’ niet mag doen.

7 deadly sins

De 7 dodelijke zondes ofwel de 7 deadly sins zijn niet de 7 menselijke tekortkomingen zoals de religieuze indoctrinatie ons voorschrijft. Zo gaat het altijd bij religieuze indoctrinatie. Het (onder)wijst de mens dat hij slechts van beperkte natuur is. Van ondergeschikte natuur. De mens is slecht, zondig of draagt schuld. Simpelweg door het eenvoudigweg zijn van een levend mens.

Daarom zal ik de daadwerkelijke 7 dodelijke zondes met je delen. Deze heb ik niet verzonnen. Deze bestaan er altijd al, voor iedereen om te ontdekken.

1: Moord

2: Overval

3: Verkrachting

4: Diefstal

5: Inbraak

6: Dwang

7: Fraude (Bedrog/Misleiding)

Valt je iets op uit deze lijst? Wat hebben ze allemaal gemeen met elkaar? Juist! Het is allemaal een vorm van inbreuk op eigendomsrecht.

1: Moord is het ontnemen van (eigendom van) het leven.

2: Overval is het ontnemen van (materiële) goederen.

3: Verkrachting is het ontnemen van deugd.

4: Diefstal is het ontnemen van bezit.

5: Inbraak is het ontnemen van huisvesting.

6: Dwang is het ontnemen van vrijwilligheid.

7: Fraude is het ontnemen van echtheid.

3 principes van eigendomsrecht

Hoe weet je of er daadwerkelijk inbreuk is gepleegd op een eigendomsrecht? Door middel van de volgende 3 principes van eigendomsrecht.

1: De eerste is rechtmatig bezit, wat betekent dat je het hebt verkregen zonder schade aan te richten aan iemand anders. Jij bezit het rechtmatig, bezit het rechtmatig. Oke? Je bent in bezit ervan. Je hebt het in je bezit; het is van jou.

2: Het tweede is dat jij bepaalt wat het gebruik is. Jouw huis, jij beheert het gebruik. Je auto, jij controleert het gebruik ervan. Jouw kleding, jij bepaalt het gebruik ervan. Mijn laptop is van mij, ik heb controle over het gebruik ervan, ik gebruik hem. Controle over het gebruik van iets betekent dat je de eigenaar bent.

3: Ten derde het handhaven van persoonlijke verantwoordelijkheid voor dat bezit. Dus, iets bezitten betekent: ik ben in wettig, rechtmatig bezit ervan, ik beheers het gebruik van dat ding, ik onderhou hetgeen ik bezit en ik blijf persoonlijk verantwoordelijk ervoor.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

nl_NLDutch