Categorie archieven: vechten

Natuurwet (Lex Natura/Tex Frya)

De natuurwet is een gegeven die volgt uit de natuur. De natuur moet zich houden aan deze wetten, ongeacht wat mensen daarvan vinden. Daarom is deze natuurwet de enige ‘rechtmatige’ richtlijn voor moraliteit en ethiek. En voor normen en waarden in een samenleving. De natuurwet zegt dat de wet gebaseerd is op wat ‘juist’ is. De natuurwet wordt door mensen ‘ontdekt’ met behulp van de rede en de keuze tussen objectief goed en objectief fout. Daarom zit de kracht van de natuurwet in de ontdekking van bepaalde universele standaarden in moraliteit en ethiek.

Er zijn universele standaarden die in alle tijden op de hele mensheid van toepassing zijn. Wij hebben allen een aangeboren besef van deze universele standaarden. Ieder mens kan deze kennis eigen maken, want het is sowieso onderdeel van ons. Zij vormen de basis voor een rechtvaardige samenleving.

De realisatie

De realisatie was dat bijna alle mensen slaven waren. Slaven van gewoonte, conventie, eisen van de overheid, werkgevers. Maar bovenal waren mensen slaven van de behoefte aan een bron van blijvend inkomen. Wat er wordt gezegd en gedaan, wordt voor een groot deel bepaald door die behoefte. Het was een beetje alsof ik ontdekte dat ik een miereneter was en geen maaltijd kon krijgen, behalve door in de aarde te wroeten. Het leek niet goed.

Ik wilde bevrijding van zo’n slavernij. Dus ging ik op zoek naar iemand die de truc had omgedraaid. Ik heb hem niet gevonden. Omdat ik de kans niet had om een succesvolle beoefenaar te kopiëren, besloot ik het voor mezelf op te nemen. In het begin raakte ik in een zekere mate van verwarring, maar daardoor leerde ik ook vrij te zijn door een verrassend eenvoudig concept te omarmen.

Het is vele jaren geleden dat ik dat begrip voor het eerst formuleerde. Om te zeggen dat ik er sindsdien foutloos naar heb geleefd, zou niet waarheidsgetrouw zijn. Maar ik ben veel dichterbij gekomen dan je zou verwachten.

De affirmatie natuurwet

Denk, zeg en doe wat juist is. Weiger te denken, zeggen en doen wat juist is.

De inspanning om dit te doen leidde tot een verbazingwekkende reeks ontdekkingen.
Eén van de eerste ontdekkingen was dat er touwtjes aan het concept kleven.

Een persoon kan zichzelf niet als enige scheidsrechter van zijn lot beschouwen, zonder rekening te houden met de gevolgen van zijn gedrag in het leven van anderen. Ik doel daarmee expliciet niet op juridische verwikkelingen.

Ik heb het over verwikkelingen die in wezen moreel zijn, en waarom het nodig is ze te vermijden. Het vermijden van morele verwikkelingen, zo bleek, legt geen beperkingen op aan iemands vrijheid.

In plaats daarvan zijn de technieken om morele verwikkelingen te vermijden precies de technieken die echte vrijheid mogelijk maken.

Die technieken zijn belichaamd in een eenvoudige formule die ik gaandeweg heb leren gebruiken. De implicaties ervan gaan veel verder dan het welzijn van het individu. Om die formule toe te passen, heb je gezond verstand nodig in plaats van onvoorwaardelijk geloof.

Trivium – Drie eenheid van manifestatie van de realiteit

De enige échte 3-eenheid of trinity die ’dark occultisten’ al jaren voor de mens verborgen gehouden hebben. Het Trivium stelt de voorwaarde van deze volgorde van manifestatie: Gedachte, geest en lichaam. Dus, in simpele bewoordingen: denken, spreken en doen.  Oftewel, dat betekent dat deze volgorde voorwaarde is voor manifestatie. Deze wettelijke natuurvereiste, is dus in definitie de énige manier om tot enige wijsheid te komen.

  1. Denken
  2. Spreken
  3. Doen
  1. Kennis
  2. Begrip ervan
  3. Wijsheid

Op school in Nederland leer je dit Trivium niet. Zelfs niet op het Gymnasium.
Dit is bewust verborgen gehouden kennis. Satanisten en dark occultisten hebben het liefst dat je op deze manier redeneert:

  1.  Input
  2. Verwerken
  3. Output
  1. Grammatica
  2. Logica
  3. Rhetoriek

Descartes: ‘ik denk, dus ik besta’ is daarom ook bewust gepromote, om men te verwarren en deze trivium methode om te draaien in het menselijk bewustzijn. Correct is: ‘Ik besta, dus ik denk’.

Objectief goed vs fout

Er is een objectief goed en fout gedrag, dat iedereen kan beredeneren vanuit de natuurwet. Het idee dat objectieve moraliteit niet bestaat en dat mensen sociologisch (onder elkaar) rechten creëren, is een valse en destructieve claim.

Een juiste handeling of goed gedrag, is een handeling die niét resulteert in de schade van een ander bewust wezen.
Een verkeerde handeling of fout gedrag, is een handeling die de schade van een ander wezen tot gevolg heeft. Punt!

De natuurwet buigt voor niemand. In welke toestand men zich ook bevindt. Welke huidskleur men ook heeft. Van welk geslacht men ook is. Het is een wet die even zwaar weegt als dat er zwaartekracht is. De natuurwet werkt op exact dezelfde manier.

Hoe werkt de natuurwet in een samenleving

Omdat we allemaal als gelijken onder de natuurwet zijn geboren, is er niemand die geschikt is om over het leven van anderen te heersen. Autoriteit is onwettig omdat het de natuurwet nooit ‘overruled’, hoe graag mensen het ook zouden willen. Een goed is goed en een fout is fout. Menselijke wetten zijn irrationeel omdat zij veranderen per locatie en tijd op basis van de voorkeuren van wetgevers.

Er komen dan tegenargumenten, en voor elk is er een antwoord.

  1. Wat juist is, is wat over het algemeen wordt gesanctioneerd.’ Als goedkeuring het criterium is, kunnen morele waarden worden vastgelegd door flexibele grillen.
  2. ‘Wat goed is, wordt bepaald door gewoonte.’ Als we juist moeten oordelen naar wat mensen doen, heeft het geen zin om naar verbetering te zoeken.
  3. ‘Het juiste hangt af van je standpunt en interesses.’ Als dat waar zou zijn, heiligt het doel de middelen.
  4. ‘Wat goed is op deze plek, is fout op een andere plek.’ Doe het dan hier maar niet daar.
  5. ‘Wat vandaag goed is, is morgen fout.’ Doe het dan alleen vandaag.
  6. ‘Wat voor de één goed is, is voor de ander verkeerd.’ Laat hem het doen voor wie het goed is, maar niet voor anderen.

Hof van Eden

Mensen die zich aan vorige tegenargumenten blijven vastklampen, leven in wolken van waanideeën. Goed is duidelijk en te discrimineren. Het is een positieve kwaliteit. Er bestaat niet zoiets als een onbepaalde scheidslijn. Er zijn alleen mensen die de waarheid niet waarnemen. En daarom heeft de mensheid tegenwoordig geen Hof van Eden.

Handelingen die schadelijk zijn, zijn wangedrag en kunnen daarom eenvoudigweg niet aan andere mensen worden gedelegeerd.

Dit is niet relevant omdat de natuurwet al over moraliteit regeert en altijd heeft bestaan. Het is onverantwoordelijk omdat het mensen ertoe aanzet hun eigen verantwoordelijkheid voor zichzelf en hun gemeenschap op te geven in plaats van een dominante ouderfiguur.
Dat het gewoon krankzinnig is, omdat het meer chaos en geweld in de wereld veroorzaakt dan wanneer mensen ervoor kiezen zichzelf te besturen.

Verbod en prohibitie

Verbod is een methode die de overheid gebruikt om te voorkomen dat iemand bepaalde stoffen in zijn lichaam stopt. Als een persoon weigert zich aan dergelijke wetten te houden, krijgt hij een boete of wordt hij in een kooi gegooid.

Elke handeling, die iemand dwingt iets wel of juist niet in zijn lichaam te stoppen, is immoreel. Omdat iedereen zijn lichaam en geest bezit, is dit een duidelijke schending van de natuurwet. Het afdwingen van dergelijke wetten is het claimen van eigendom over het lichaam en de geest van een ander, wat slavernij wordt genoemd.

Licenties en vergunningen is een methode die de overheid gebruikt om te voorkomen dat mensen bepaald gedrag uitoefenen. Zelfs als dat gedrag niet leidt tot schade aan andere wezens. De regering verandert, door dit proces, natuurlijke rechten in ‘privileges’. Deze kunnen worden toegekend of ingetrokken op basis van de grillen van wetgevers.

.

Aleister Crowley, het geweten van een robot, het principe van ‘wie begint, dwingt’, de definitie van een recht en de daadwerkelijke 7 deadly sins

  1. Man has the right to live by his own law- to live in the way that he wills to do: to work as he will: to play as he will: to rest as he will: to die when and how he will.
  2. Man has the the right to eat what he will: to drink what he will: to dwell where he will: to move as he will on the face of the earth.
  3. Man has the right to think what he will: to speak what he.will: to write what he will: to draw, paint. carve, etch, mould, build as he will: to dress as he will.
  4. Man has the right to love as he will :- take your fill and will of love as ye will, when, where, and with whom ye will.
  5. Man has the right to kill those who would thwart these rights. the slaves shall serve. Love is the law, love under will.

Aleister Crowley schrijft hier over de wil van de mensheid. Niet over individuele wil. Hoewel er een aantal mensen zijn die je stellig zouden overtuigen dat dat wel zo wordt bedoeld.

In de grote religies en de ‘heilige’ schriften gebruiken ze namelijk dezelfde metafoor van ‘wil’. Vrijwel altijd spreken ze dan over ‘god’ die iets in creatie bewerkstelligt. Zelf heb ik er een hekel aan wanneer men beargumenteerd aan de hand van een quote uit de bijbel of ander boek.

De teksten in deze boeken hebben dikwijls geen bronvermelding. Want anders zou de claim van ‘goddelijke’ oorsprong snel zijn komen te vervallen.

Alle sociale conditionering die als grondslag leunt op diezelfde teksten, zijn per definitie niet valide en uiteindelijk gedoemd cultureel dogmatisch. De vrije interpretatie van tekst merkt men door de geschiedenis heen. Bij de laatste keer had men de strategie voor verspreiding uitgevonden: keep it stupid simple. En dat resulteerde in de quran voor de moslim. Dit betekent dus niet dat wijsheid uit de quran op zichzelf geen kennis bevat. Echter is het aan de mens om voor zichzelf het echte werk, onder de interpretatie en verkrachting ervan door religieuze indoctrinatie en sociale conditionering, te ontdekken.

Geweten en vrije wil

Een wereld waar een vrije wil bestaat, is een wereld waar geweten heerst. Geweten is niet hetgeen religies ervan proberen te maken. Geweten is uiteindelijk kennis. Het woord bevat zowaar het synoniem voor kennis, ‘weten’.

Echter spreekt men als men het over geweten heeft niet over geweten als kennis. Maar meestal spreekt men over geweten als een inherent onbewuste menselijke vaardigheid om een gevoel (van schuld) te kunnen ervaren. Of in ieder geval beschrijft men bij geweten het waarnemen van een fysiologische en/of psychologische reactie in het individu op een gebeurtenis in het verleden. Dat is waarschijnlijk de reden dat de ontwikkeling van de taal ervoor heeft gezorgd dat geweten in het voltooid deelwoord, oftewel in het verleden, van het werkwoord is opgenomen.

Men kan over iets of iemand als bewustzijn spreken bij observatie van het beoefenen van dat geweten. Vrije wil is de keuze van iets of iemand met bewustzijn om te kiezen voor de beoefening van het geweten. Het observeren en vaststellen van een vrije wil die de keuze maakt in overeenstemming met het geweten, is het vaststellen en bevestigen van een bewustzijn.

Het geweten van een robot

Kan een robot in deze definitie ook beschikken over een geweten? Een robot is namelijk een kei in het toepassen van kennis en het gebruiken van informatie, oftewel data, om daarmee gepast gedrag te uiten. Waar zijn een robot en een mens, buiten dat een robot cognitief superieur is, wezenlijk van verschil?

Voor elke vorm van beoefening van dit (artificieel) geweten, is een beginsel ofwel fundament van data (kennis) nodig. Terwijl een mens ogenschijnlijk fundamentele kennis, of innerlijk weten, tot zijn beschikking heeft. Heeft een robot dikwijls input nodig, alvorens er een output geproduceerd kan worden. Kunstmatige intelligentie kan, hoewel het de schijn ervan kan werpen, niet beschikken over fantasie. Fantasie heeft een etymologie vanuit het Latijnse woord ‘phantasia’ en oud-Grieks phantasíā. Het is waar de woorden fenomeen, fantastisch, fase en fantoom vandaarn komen. Phantasíā betekent: ‘droombeeld, hersenschim’, ‘dwaasheid’ ,‘verbeelding’ ‘verbeelding(skracht)’ ‘gedachte, idee’ ‘voorstelling, idee, indruk’,‘verschijning’ en afgeleid van het werkwoord phantázein ‘zichtbaar maken, tonen’ bij phantós ‘zichtbaar’, dat een afleiding is van phaínein ‘(doen) verschijnen’.

Alles om ons heen, is ooit gecreëerd. De stoel waarop je zit, het bed waarin je ligt en het huis waarin je je bevindt, zijn gecreëerd. Daarmee kan je verder redeneren dat de vaardigheid om iets uit niets te creëren, als een beschikbare vaardigheid bestaat. En verder, dat het praktiseren van deze vaardigheid, op het moment van vervaardiging, een vrij verloop heeft gehad. Een vrij verloop van iets in de natuur, kan als de vrije wil van de natuur van datgene worden beschouwd. Fundamentele kennis over de rechten van een vrije wil, zijn hiervoor voorwaardelijk.

Anekdote op school

Ik zit in de klas en heb, zoals gewoonlijk, mijn huiswerk tot het neurotische aan toe netjes gedaan. Het was een les wiskunde en het ging over logaritme en het natuurlijk logaritme. Aan het einde van het blokuur, in het laatste halfuur, kregen we de gelegenheid om de thuis gemaakte opgaven te controleren middels het antwoordenboek. Tijdens de les, kwam ik erachter dat ik de stof minder goed beheerste dan ik initieel dacht. Dus vroeg ik de lerares om reservering van het antwoordenboek. Zij geeft mij het antwoordenboek, op voorwaarde dat ik de huiswerkopgaven al heb proberen op te lossen. Dit heb ik uiteraard gedaan.

Zo begin ik op mijn plek met het vergelijken van mijn oplossingen en die uit het antwoordenboek. Maar ik kan er geen kaas van maken. Ik schiet in de stress en ga de antwoorden nog eens na. Op dat moment trekt een medescholier, die een maatje groter dan ik was, het boek uit mijn handen.

Ik spring uit mijn stoel en verzoek hem het boek terug te geven. Hij probeert mij te negeren. Ik trek het boek vervolgens agressief uit zijn handen. De gehele klas en de lerares horen en bemerken deze tentoonstelling. De lerares grijpt in en neemt het boek terug, om het ons beide te ontzeggen.

Ik zei: ‘Dat is niet eerlijk, want hij begon!’ Waarop de lerares zei: ‘het maakt niet uit wie ermee begonnen is!’.

De sociale onkunde van mij om met zo’n situatie om te gaan, laat me achter met een vervuld (slachtoffers)gevoel.

Dit zorgt ervoor dat ik niet rationeel de situatie betracht. Ik voel dat er iets niet klopt en voel de oneerlijkheid, maar schuif dat simpelweg af als het resultaat van sociale onkunde van mijn kant. Om de gebeurtenis in een filosofisch perspectief te kunnen plaatsen, komt niet eens in me op.

Wie begint wint

Het maakt niet alleen WEL uit wie ermee begonnen is. Het ENIGE dat telt is wie ermee begonnen is. Het ENIGE dat telt, want degene die daadwerkelijk geweld heeft gepleegd, is degene die het eerst toesloeg. De initiatie van agressie aan de kant van mijn klasgenoot, was de eerste en de enige immorele actie in dit conflict. De lerares is niet alleen niet op de hoogte van dit feit. Het boeit haar helemaal niet wie moreel gelijk had en wie niet. Ze zou mijn reactie later omschrijven als ongewenst, raar en overdreven. Dat kreeg ik later van mijn ouders te horen, in ieder geval.

De foutieve adoptie van de mindset: ‘wie begint, wint’; zou mij later nog veel in de problemen brengen. En deze mindset heerst bij veel meer (onzekere) mensen. Zo werd mij in het uitgaansleven veelvuldig door mannen verteld dat, als je ruzie krijgt, je ervoor moet zorgen dat jij de eerste bent die uithaalt. Want als de ander als eerste uithaalt, ben jij knock-out geslagen en dat is een (eeuwige) schande voor je mannelijkheid.

Geweld en vechten

Hetgeen ik mijn vroegere zelf had willen uitleggen, was de definitie van geweld. Geweld wordt namelijk vaak over dezelfde kam geschoren als vechten. Het wezenlijke verschil tussen geweld en vechten, is dat geweld altijd het initiëren van dwang is.

Dus zodra je over de grens stapt om dwang te gebruiken, wordt dat: geweld. Het initiëren van geweld om dwingende redenen, voor dwingende toepassingen wordt geweld; dat maakt het geweld. Vechten op zich is geen geweld. Als zodanig is vechten een actie, waarvan men altijd het natuurlijke recht heeft om te ondernemen, en dit omvat de verdediging, de fysieke verdediging van iemands persoon, hun lichaam, tegen geweld. In die situatie kan (defensief) geweld, om een andermans initiatie van geweld te doorbreken, worden toegepast. Dit geldt dus dikwijls wanneer je anderen met elkaar ziet vechten.

Gevecht en politie

Als je niet weet wie begon, dan is elke vorm van inmenging, niet met wijsheid aan te raden. Sterker nog, je ontneemt hen de ervaring en de wijsheid die daaruit voortkomt.

Meestal als ik mensen zie vechten, observeer ik van erg dichtbij hoe het gevecht verloopt.

Ik zorg ervoor dat beide partijen geen slachtoffer van politie-optreden worden, dus let op aankomend verkeer. Wanneer wel dreigt politie op de scene te arriveren, alarmeer ik de partijen. Het verbaasd me keer op keer dat het schreeuwen van ‘POLITIE’ zo’n shockerend effect heeft op vechtende mensen. Ze worden vrijwel direct voor een aantal seconden de beste vrienden, die hun conflict voor beide, met enig oppervlakkig gevoel van trots, smaakvol willen oplossen.

Soms zou ik helpen, door willekeurig toeschouwers af te raden van de noodzaak van politie-optreden. Ik stel ze gerust met een smoes. Zoals dat het mijn vrienden zijn, voor de grap vechten, weddenschap hebben verloren, etc. Dat ligt aan de specifieke situatie. Want als ik niet weet wie er begon, dan is het voor mij, alsook andere toeschouwers, geen recht om in te grijpen of hen te stoppen. Vaak schat je wel in waar het conflict om draait en is het afgelopen binnen luttele minuten. Meestal is het een botsing van twee individuen, in een slecht humeur, waarvan de rechten zijn afgenomen of beschadigd. Het geloof en overtuiging in moraliteit, gezichtsverlies of reputatieschade in de buurt, is meestal genoeg motivatie om op de vuist te gaan. Commerciële redenen voor het conflict kom ik verrassend weinig tegen.

Initiatie

Wanneer je wordt aangesproken met agressie, behoudt zich het recht voor om te reageren met agressie en bereidheid tot vechten, oftewel defensief fysiek geweld te gebruiken tegen een dergelijke aanval.

Immorele initiatie van fysieke kracht of geweld bestaat uit het onterecht dwingen, tegen te houden of in bedwang te houden van een andermans recht op beweging. Niemand heeft ooit het recht om geweld te plegen, omdat geweld er altijd mee begint. Initiatie, dat is het trefwoord. Het is de immorele, de onrechtmatige initiatie.

Onthouding van het oneindige mannelijke

Je onthouden van de acties in de momenten dat het recht op zelfverdediging van toepassing is, geeft geen recht op het initiëren van geweld in de toekomst, uit (wraakzuchtige) gevoelens. Dat betekent dat het niet een recht is dat je kunt ontlenen uit eerdere confrontaties of conflicten en kunt ‘bewaren’ of ‘opslaan’ voor latere transgressies. Dit geldt overigens niet alleen voor persoonlijke vetes maar voor al het menselijk contact.

Hoevaak geweld op mij geïnitieerd is, hou ik ondertussen niet meer bij. Maar als ik de individuele rechtvaardiging en motivatie van dit geweld achterhaal, heeft dit vaak een oorsprong in conflict(en) waarin hij of zij het recht op zelfverdediging ofwel oneindige principe van heilig mannelijkheid, niet heeft kunnen toepassen. Een mindset: ‘wie begint, wint’, vaak als gevolg, zoals eerder aangekaart in mijn persoonlijke ervaringen in het begin van de middelbare school.

Wie begint, dwingt

En nogmaals, het is heel moeilijk voor het ego om te begrijpen. Initiatie is alles. Ik zou ervan kunnen maken: ‘Wie begint, spinnt’. Ofwel het Duits: ‘Wer beginnt, spinnt’.Dit betekent: ‘Wie initieert, is een idioot’. Of: ‘Wie begint, dwingt’.

Het ego wil dat niet horen. Het menselijk ego is zo lang geconditioneerd om elke uiting en elke vorm van agressie, woede, vechten en geweld als fout, immoreel of verkeerd te betrachten. We leren deze dingen verbaal en mentaal aan elkaar gelijk te stellen. Terwijl ze dikwijls in feitelijk complete tegenstellingen van elkaar staan.

Voorbeeld: wie begint, dwingt

Als een kind op school door iemand anders werd aangereden en dat andere kind zei, misschien zelfs twee keer zei: ‘stop met wat je aan het doen bent’. En toen het andere kind niet wilde stoppen, sloeg hij hem en sloeg hem buiten westen. Ik zou andere mensen vragen ‘wie sloeg eerst?’ En als het kind dat op de grond lag, als eerste sloeg, zou ik zeggen: ‘Je hebt gekregen wat je verdiende.’ Dat is het.

Omdat die persoon het recht had om te vechten. Je had geen recht om hem aan te rijden, te blokkeren en te bedwingen. Hij had het recht om jou buiten westen te slaan.

Conditionering en eigen ervaring

Veel mensen willen dat niet horen, omdat ze erg geconditioneerd zijn. En ik zeg niet dat je dat moet doen. Jij behoudt je ook het recht voor om dat niet te doen. Maar het principe van het heilige mannelijke recht bestaat, en heeft altijd al bestaan. Het is een, in de oneindigheid, natuurlijk gegeven geboorterecht. van beide dingen. Je zou het recht hebben om niet met fysiek geweld te reageren, maar je zou het recht hebben om met fysiek geweld te reageren. Kijk, dat is een beslissing uit vrije wil die de persoon heeft. Dat is het recht om tussen deze acties te kiezen.

Ik zou daarbij echter wel willen benadrukken dat mijn ervaring is, dat het mezelf onthouden van het toepassen van het heilige mannelijke recht, zorgt voor een onzekerheid ofwel vervrouwelijking van mijn gedrag en psyche. Het filosoferen en het beoordelen van situaties om je heen, kan al een grote stap zijn voor de meeste mensen. Je zult merken dat wanneer je goed handelt en correct hebt ge-analyseert en geïnterpreteerd, dat het resulteert in een stabiele en standvastige mentaliteit en zelfzekerheid over fysieke conflict-situaties.

Definitie van een recht

De definitie van een recht is: elke handeling die geen schade toebrengt aan een ander levend wezen of hun eigendom. Er bestaat niet zoiets als het ‘recht’ om een andere persoon te stoppen om een recht uit te oefenen. Als iets een recht is, bestaat er niet zoiets als iemands recht om u ervan te weerhouden die handeling uit te voeren. Dat zou dwang zijn, dat verkeerd is.

Voorbeeld van een recht

Dus, de inname van, laten we zeggen marihuana, schaadt bijvoorbeeld niemand anders. Je kunt dat in je lichaam stoppen, volkomen vreedzaam gaan zitten en geen schade toebrengen aan een ander levend wezen. Dat heet een recht, op de zeer specifieke definitie dat het geen schade aan een ander aanricht. Ik zou niet het recht hebben om te vertellen dat een andere persoon ‘die handeling’ of ‘dat gedrag’ niet mag doen.

7 deadly sins

De 7 dodelijke zondes ofwel de 7 deadly sins zijn niet de 7 menselijke tekortkomingen zoals de religieuze indoctrinatie ons voorschrijft. Zo gaat het altijd bij religieuze indoctrinatie. Het (onder)wijst de mens dat hij slechts van beperkte natuur is. Van ondergeschikte natuur. De mens is slecht, zondig of draagt schuld. Simpelweg door het eenvoudigweg zijn van een levend mens.

Daarom zal ik de daadwerkelijke 7 dodelijke zondes met je delen. Deze heb ik niet verzonnen. Deze bestaan er altijd al, voor iedereen om te ontdekken.

1: Moord

2: Overval

3: Verkrachting

4: Diefstal

5: Inbraak

6: Dwang

7: Fraude (Bedrog/Misleiding)

Valt je iets op uit deze lijst? Wat hebben ze allemaal gemeen met elkaar? Juist! Het is allemaal een vorm van inbreuk op eigendomsrecht.

1: Moord is het ontnemen van (eigendom van) het leven.

2: Overval is het ontnemen van (materiële) goederen.

3: Verkrachting is het ontnemen van deugd.

4: Diefstal is het ontnemen van bezit.

5: Inbraak is het ontnemen van huisvesting.

6: Dwang is het ontnemen van vrijwilligheid.

7: Fraude is het ontnemen van echtheid.

3 principes van eigendomsrecht

Hoe weet je of er daadwerkelijk inbreuk is gepleegd op een eigendomsrecht? Door middel van de volgende 3 principes van eigendomsrecht.

1: De eerste is rechtmatig bezit, wat betekent dat je het hebt verkregen zonder schade aan te richten aan iemand anders. Jij bezit het rechtmatig, bezit het rechtmatig. Oke? Je bent in bezit ervan. Je hebt het in je bezit; het is van jou.

2: Het tweede is dat jij bepaalt wat het gebruik is. Jouw huis, jij beheert het gebruik. Je auto, jij controleert het gebruik ervan. Jouw kleding, jij bepaalt het gebruik ervan. Mijn laptop is van mij, ik heb controle over het gebruik ervan, ik gebruik hem. Controle over het gebruik van iets betekent dat je de eigenaar bent.

3: Ten derde het handhaven van persoonlijke verantwoordelijkheid voor dat bezit. Dus, iets bezitten betekent: ik ben in wettig, rechtmatig bezit ervan, ik beheers het gebruik van dat ding, ik onderhou hetgeen ik bezit en ik blijf persoonlijk verantwoordelijk ervoor.

nl_NLDutch