De dictatorschap van de natuurwetenschap van de staat, occulte wiskunde, prostituerende wetenschappers en de validiteit en betrouwbaarheid van gedachte experimenten

Het Engelse woord ‘physics’, ofwel natuurkunde of fysica, is afgeleid van het Griekse woord ‘physis’ voor natuur. De wortels van de natuurkunde liggen in de eerste periode van de Griekse filosofie in de zesde eeuw voor Christus, waar wetenschap, filosofie en religie niet gescheiden waren. Het doel van de natuurwetenschap is om de essentiële aard van alle dingen te ontdekken. Want het ligt aan de basis van de hele natuurwetenschap.

Echter is geloof geen geldig cognitief onderdeel van het proces van rationele redenering. Wanneer iets als zodanig wordt aanvaard, ontaardt het proces van rationele argumentatie in een wedstrijd van gemoederen. Elk idee, hoe absurd of slecht ook, kan met succes worden verdedigd. Dit kan als degenen die het verdedigen op de één of andere manier het gevoel hebben dat het juist is.

In zo’n filosofische omgeving worden ideeën niet geaccepteerd op basis van hoe logisch ze zijn, maar veeleer op basis van hoeveel ‘gevoel’ hun voorstanders lijken te hebben. Helaas is de acceptatie van ideeën op deze basis de dominante epistemologische trend in de wereld. Epistemologisch betekent simpel gezegd: de leer van de kennis.

Wiskunde als discipline

Als een herkenbare discipline wordt wiskunde het eerst gevonden bij de oude Egyptenaren en de Sumeriërs. In feite hadden de Egyptenaren waarschijnlijk al in 2900 voor christus, toen de piramide van Giza werd gebouwd, aanzienlijke wiskundige kennis. Een handboek over wiskunde, bekend als de Ahmes papyrus, is geschreven omstreeks 1550 voor Christus. Deze laat zien dat de vroege Egyptenaren veel moeilijke rekenkundige problemen konden oplossen.

Sommige moderne historici geloven dat de Sumeriërs, die de voorlopers waren van de Babyloniërs, al in 3500 voor christus een rekensysteem hadden. De Sumeriërs en Babyloniërs pasten rekenkundige en elementaire meetkunde toe bij de studie van astronomische problemen en bij de bouw van grote irrigatie- en andere technische projecten.

De Griekse filosoof-wiskundige Thales wordt gewoonlijk beschouwd als de eerste die het belang inzag van het op een logische basis organiseren van wiskunde. Een dergelijke traditie werd in vroege tijden voortgezet en verder ontwikkeld door Pythagoras, Plato, Aristoteles, en vooral door de wiskundigen van de Alexandrijnse School. De beroemde Universiteit van Alexandrië, tussen 300 voor christus. En 500 na christus, had wiskundigen als Archimedes, Ptolemaeus, Heron, Pappus en Diophantus in hun staf.

Huidige staat van natuurwetenschap

Bij het leren over deze geschiedenis zullen mensen de huidige staat van de natuurwetenschap dikwijls als vergevorderd betrachten. Wellicht haalt men door de vergelijking er zelfs een zeker gevoel van (irrationele) trots uit. De huidige natuurwetenschap en zijn wiskundigen zijn in vergelijking met die tijd, achteruitgegaan. Hoewel technologische ontwikkelingen en toepassingen de schijn kunnen opwerpen van het tegendeel. Ik verklaar mezelf nader.

Een stelling is wetenschappelijk als deze door het wetenschappelijke establishment is gesanctioneerd. Een voorbeeld: als het wetenschappelijke establishment verordent dat ‘feeën bestaan’, dan zou dit inderdaad wetenschappelijk zijn.

Natuurwetenschap is niet de onafgebroken, cumulatieve verwerving van kennis die in schoolboeken werd geportretteerd. Het is eerder een eindeloze opeenvolging van lange vreedzame periodes die gewelddadig worden onderbroken door korte intellectuele revoluties. Een revolutie is zowel een destructieve als een creatieve gebeurtenis. Persoonlijkheden en politiek spelen een grote rol in de wetenschap.

Ontwikkeling van natuurwetenschap

De wetenschappers hebben de rol van prostituerende wetenschappers aangenomen. Wetenschappers kunnen de ‘echte wereld’ nooit volledig begrijpen, of zelfs in cruciale mate elkaar niet eens.

De opvatting van natuurwetenschap als een continu bouwproces in dit geval, zou onjuist zijn. Het paradigma kan alleen verschuiven door een revolutie waar inlichtingendiensten kennis delen en begrip verspreiden. Dat zou een verandering van de mate en wijze van invloed van inlichtingendiensten vergen. Of verandering van genoeg mensen in reactie op deze lange arm van invloed van inlichtingendiensten.

Door genoeg mensen het ‘woord’ te laten verspreiden. Zoals in, nauwkeurige en gemakkelijk te begrijpen praktische toepassing van kennis.

de wetenschapper en de tovenaar magie spel voor kinderen

Het publieke imago van de wetenschapper

Het publieke imago van de wetenschapper is deels voortgekomen uit ideeën over tovenaars. Hier was een indrukwekkend figuur, iedereen bekend vanaf de vroege kinderjaren, die teruggaat via oude tovenarij legendes tot prehistorische druïden.

In kinderfilms en -series spelen tovenaars en wetenschappers dikwijls prominent een rol. Deze rollen lijken inwisselbaar van elkaar te zijn.

De tovenaar en de wetenschapper zijn vaak moeilijk van elkaar te onderscheiden, merkte ik op. Het uiterlijk is ook vaak typerend. De wetenschapper of tovenaar is een magere oude man met grijs warrig opstaand haar en beschikt over krachtige technologie. Rick & Morty is een voorbeeld van zo’n serie, waarin de ‘gekke’ wetenschapper Rick een almachtig karakter heeft.

rick en morty nothing you do matters your existence is a lie

Toch lijkt het erop dat de meeste mensen een groot geloof in een ‘gekke’ wetenschapper kunnen hebben. En dikwijls de door de staat gefinancierde ‘wetenschap’ als volledig logisch zien en aan hebben genomen als een intelligente invalshoek . Het zou aan de andere kant, dikwijls door diezelfde mensen, als absurd statement klinken het geloof om een ‘gekke’ tovenaar onder hetzelfde niveau van intelligentie te betrachten.

Tactiek en mathematical magick

De belangrijkste tactiek die werd gebruikt om deze kunstmatige scheiding te creëren, was het uitgebreide gebruik van technisch jargon en complexe wiskunde. Dit opwerpen van steeds hogere barrières voor het begrip van wetenschappelijke zaken vormt een bedreiging voor een essentieel kenmerk van de wetenschap, haar openheid voor onderzoek en beoordeling van buitenaf.

Terugkomend op de ‘gekke’ tovenaar. Het gebruik van mathematical magick, ofwel wiskundige tovenarij, is een strategie van de cult leiders van de door de staat gefinancierde natuurwetenschap om een door hun uitgekozen persoon in het speelveld te verleiden met roem, erkenning en/of aanzien.

Het kan zijn dat de persoon er zelf bij betrokken is. Het kan ook zo zijn dat het doelwit het niet doorheeft maar denkt ‘plotseling’ in de schijnwerpers is komen te staan. De tools voor het uitvoeren van het magische ritueel wordt vaak middels een ‘toevallig’ opkomende nieuwe relatie doorgegeven.

De trivium voor het manifesteren van wiskundige tovenarij:

  1. Trimmen: het gladstrijken van onregelmatigheden om de gegevens er uiterst nauwkeurig en precies uit te laten zien.
  2. Koken: alleen die resultaten behouden die bij de theorie passen en andere weggooien.
  3. Smeden: het bedenken van sommige of alle onderzoeksgegevens die worden gerapporteerd, en zelfs het rapporteren van experimenten om die gegevens te verkrijgen die nooit zijn uitgevoerd.

Oneerlijke misleidingen zijn niet ongebruikelijk in de geschiedenis van de natuurkunde. Ze begonnen met Galileo Galilei, de man die de basis legde voor de moderne natuurkunde.

een depicitie van de tarot kaart voor de magiër of tovenaar
Een depictie van de Tarot kaart voor de magiër

De cult van de relativiteitstheorie

Het is ketterij om te beweren dat er bewijs is dat de lichtsnelheid in de ruimte niet constant is voor alle waarnemers, hoe snel ze ook bewegen, zoals voorspeld door de ‘heilige’ speciale relativiteitstheorie van prof. Albert Einstein uit 1905.

Ware natuurwetenschap is een methode om de natuur te bestuderen. Het is een reeks regels die voorkomen dat wetenschappers tegen elkaar of tegen zichzelf liegen. Hypothesen moeten kunnen worden getest en moeten worden herzien in het licht van tegenstrijdig bewijs. Al het bewijs moet worden overwogen en alle alternatieve hypothesen moeten worden onderzocht. De regels van goede wetenschap zijn niets meer dan de regels van goed denken, dat wil zeggen de regels van intellectuele eerlijkheid.

Tegenwoordig is de (mechanische) ether verbannen uit de wereld van de natuurwetenschap, en het woord ‘ether’ zelf, vanwege de ‘slechte’ connotatie, komt niet meer voor in leerboeken over natuurkunde. We praten in plaats daarvan ostentatief over het ‘vacuüm’, waarmee we aangeven dat we geen interesse hebben in het medium waarin golven zich voortplanten.

Het gedachte experiment

Misschien wel het vreemdste kenmerk van allemaal. En het meest ongelukkige voor de ontwikkeling van de natuurwetenschap. Dat is het gebruik van het zogenaamde gedachte experiment. De uitdrukking zelf is een contradictio in terminis, oftewel een interne tegenstrijdigheid. Aangezien een experiment een zoektocht is naar nieuwe kennis die niet kan worden bevestigd. Hoewel het kan worden voorspeld, door een proces van logisch denken.

Een gedachte experiment daarentegen kan geen nieuwe kennis opleveren. Als het een resultaat geeft dat in strijd is met de theoretische kennis en veronderstellingen waarop het is gebaseerd, moet er een fout zijn gemaakt. Sommige resultaten van de theorie zijn op deze manier verkregen en verschillen van de oorspronkelijke aannames.

De populariteit van het gedachte experiment

Veel van de door Einstein en anderen beschreven gedachte experimenten hebben betrekking op de vergelijking van verre klokken. Dergelijke vergelijkingen worden nu elke dag gemaakt in vele leerscholen over de hele wereld. De technieken zijn bekend. Het lijkt daarom redelijk om de gedachte experimenten in termen van deze technieken te beschouwen. Wanneer dit gedaan is, worden de fouten in de gedachte experimenten snel duidelijker.

De literatuur onthult soms een opmerkelijke vaagheid van uitdrukking, een gebrek aan een duidelijke verklaring van de aannames van de theorie, en zelfs een onvermogen om de basisideeën van fysieke metingen te waarderen. Dubbelzinnigheden zijn niet afwezig in Einsteins eigen artikelen, en verschillende schrijvers hebben, zelfs wanneer ze verschillende interpretaties van de theorie naar voren brengen, juist voor zover deze interpretaties allemaal aan Einstein kunnen worden toegeschreven.

E=mc2 en E=1/2mv2

Het samenvoegen van het verloop van de tijd en afstand of ruimte kunnen nu worden opgevat als de veranderingen die moeten worden aangebracht om de meetresultaten consistent te maken.

E=mc2/√1-v2/c2

Er is hier geen sprake van een natuurkundige theorie maar gewoon van een nieuw stelsel van eenheden. Waarin c constant is en ruimte en tijd geen constante eenheden hebben maar eenheden die variëren met v2/c2. V is snelheid, weergegeven in afstand en tijd. Ze zijn dus niet langer onafhankelijk, en ruimte en tijd zijn per definitie vermengd en niet als gevolg van een bijzondere eigenschap van de natuur. Als de relativiteitstheorie eenvoudigweg een nieuw systeem van eenheden is, dan kan ze consistent worden gemaakt. Maar dat dient geen enkel nuttig doel.

Einsteins artikelen

Een kritisch onderzoek van Einsteins artikelen onthult dat hij in de loop van gedachte experimenten impliciete aannames doet. Aannames die aanvullend zijn en in strijd zijn met zijn twee oorspronkelijke principes.

De aanvankelijke hypothesen van relativiteit en de constantheid van de lichtsnelheid leiden rechtstreeks tot lengtecontractie en tijddilatatie, eenvoudig als nieuwe meeteenheden. En op verschillende plaatsen ondersteunt Einstein deze opvatting door zijn waarnemers hun klokken te laten aanpassen.

Verdere aannames van Einstein

Vaker, en dit vormt de tweede reeks aannames, beschouwt hij de veranderingen als waargenomen effecten, zelfs als de eenheden niet opzettelijk zijn gewijzigd. Dit houdt in dat er een fysiek effect is, zelfs als het niet wordt begrepen of beschreven. De resultaten zijn symmetrisch voor waarnemers in relatieve beweging. En dat kan alleen een effect zijn in het proces van de overdracht van de signalen. De derde aanname is dat de klokken en afstanden daadwerkelijk veranderen. In dit geval kan de relativiteitstheorie niet langer standhouden.

Analyse en conclusie

De eerste benadering, waarbij de meeteenheden worden gewijzigd, is geen natuurkundige theorie, en de kwestie van experimenteel bewijs doet zich niet voor.

Er is geen bewijs voor de tweede benadering omdat er nooit een symmetrisch experiment is uitgevoerd. Er is geen direct experimenteel bewijs voor de derde verklaring van de theorie omdat er geen experimenten zijn gedaan in een traagheidssysteem. Dit is een referentiesysteem uit de natuurwetenschap, van het Latijnse woord traagheid, wanneer elk krachtvrij lichaam in rust blijft ten opzichte van dit referentiesysteem of uniform (niet-versneld) en in een rechte lijn beweegt.

En er zijn experimentele resultaten die het idee van een waargenomen tijdsvertraging ondersteunen, maar er zijn altijd versnellingen in het spel, en er zijn aanwijzingen dat deze verantwoordelijk zijn voor de waargenomen effecten.

Gebrek onder prostituerende wetenschappers

Dit gebrek aan begrip van de relativiteitstheorie is niet ongewoon onder natuurkundigen, wiskundigen en astronomen. Toch zullen de meesten van hen beweren dat ze erin geloven. Zelfs de wetenschappers die bereid zijn toe te geven dat ze de theorie volledig begrijpen, hebben ernstige gaten in hun kennis ervan. Het zijn, zoals eerder genoemd, prostituerende wetenschappers. Die in dienst staan van de occulte macht van de natuurwetenschap van de staat.

Einstein geloofde overigens dat er een zee van ether bestaat, maar hij geloofde ook dat het niet door experimenten kan worden gedetecteerd. Met andere woorden, hij gelooft dat het onzichtbaar is.

Hans Christian Ansdersen ‘de nieuwe kleren van de keizer’

De situatie in de huidige natuurwetenschap lijkt veel op het verhaal van Hans Christian Andersen van ‘De nieuwe kleren van de keizer’, waarin Einstein de rol van de keizer speelt. Het verhaal gaat dat de keizer, die zo geobsedeerd was door mooie kleding dat hij om niets anders gaf, twee oplichters hem een pak van stof liet verkopen dat onzichtbaar zou zijn voor iedereen die ‘niet geschikt was voor zijn ambt of onvergeeflijk dom’ was. Het bleek dat niemand het pak kon zien, niet de keizer, niet zijn onderdanen, niet de burgers van de stad die langs de straat stonden om hem te zien pronken met zijn nieuwe pak. Toch durfde niemand het toe te geven totdat een klein kind uitriep: ‘Maar hij heeft niets aan!’

Dus nu ontdekken we dat de legende van Albert Einstein als ’s werelds grootste wetenschapper was gebaseerd op de wiskundige tovenarij van trimmen,smeden en koken. En op z’n best gezegd een naaktheid van zulke ridicule tegenstrijdigheden bevat, dat slechts een kind je erop kan wijzen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

nl_NLDutch