Gevaarlijkste religie van de mensheid

Iedereen is opgevoed met het idee dat gehoorzaamheid aan ‘autoriteit’, althans in de meeste gevallen, een deugd is. Het respecteren en naleven van de ‘wetten’ van de ‘regering’ maakt dat het functioneert. Gebrek aan respect voor ‘autoriteit’ leidt altijd tot chaos en geweld.

Mensen associëren gehoorzaamheid vaak met ‘goed zijn’ of ”deugen’. Het betwisten van hun concept van ‘autoriteit’ zal een directe aanval op hun concept van goed en kwaad betekeken. Men zal aannemen dat je geen moraal kompas bezit. Dat je suggereerst dat niemand zich dient te houden aan welke gedragsnormen dan ook. En dat morele keuzes, middels een geweten, een noodzalijke menselijke eigenschap is.

Dat is niet wat dit artikel bepleit, integendeel.

De mythe van ‘autoriteit’

Autoriteit en het geloof in autoriteit moet worden afgebroken. Juist omdat er zoiets bestaat als goed en kwaad.

Het maakt niet uit hoe mensen met elkaar omgaan. Mensen moeten er altijd naar streven een moreel leven te leiden. Maar respect voor ‘autoriteit’ is geen synoniem voor respect voor de mensheid. Sterker nog, de begrippen staan lijnrecht tegenover elkaar. We kunnen respect hebben voor menselijkheid en gerechtigheid. Er is dan geen enkele reden meer om respect te hebben voor ‘autoriteit’.

autoriteit-geloof-grappig-you believe people can't govern themselves cult-overheid

Vroeger leerde ik dat het doel van ‘autoriteit’ is om een vreedzame en beschaafde samenleving te creëren. Echter bemerk ik een enorm contrast als ik beoogde doelen van ‘autoriteit’ vergelijk met de daadwerkelijke resultaten van ‘autoriteit’.

Als je door een willekeurig geschiedenisboek blader, dan stuit je op veel onrecht. Het gehoorzamen en handhaven van de ‘wet’ van verschillende ‘regeringen’ is vrijwel altijd de oorzaak.

Dus niet doordat mensen de ‘wet’ overtreden, maar veelal het gehoorzamen en handhaven van de ‘wetten’ van verschillende ‘regeringen’.

Het kwaad dat is begaan ondanks ‘autoriteit’ is niets vergeleken met het kwaad dat is begaan in naam van ‘autoriteit’.

Desondanks leren kinderen nog steeds dat vrede en gerechtigheid voortkomen uit autoritaire controle. Kinderen leren nog steeds moreel verplicht te zijn om de huidige ‘regering’ te respecteren en te gehoorzamen

En dat, ondanks als het onrecht dat door autoritaire regimes over de wereld door de geschiedenis heen is begaan.

Kinderen leren dat ‘doen wat je wordt opgedragen’ synoniem is met ‘een goed mens zijn’. Het begrip ‘volgens de regels’ synoniem is met ‘het juiste doen’.

Integendeel, om een moreel persoon te zijn, moet je persoonlijke verantwoordelijkheid nemen. Verantwoordelijkheid om goed en kwaad te onderscheiden en het geweten te volgen. Dikwijls staat deze levensopvatting haaks tegenover ‘het respecteren’ en gehoorzamen van ‘autoriteit’.

‘Autoriteit’ is niet nobel

Mensen gaan er ten onrechte van uit dat er veel nuttige dingen een ‘regering’ vereisen.

Het is goed voor mensen om zich te organiseren voor wederzijdse verdediging. Samenwerken voor het bereiken van gemeenschappelijke doelen. Manieren te vinden om samen te werken en vreedzaam met elkaar om te gaan. Om met overeenkomsten en plannen te komen die mensen in staat stellen een beter bestaan te kunnen gaan leiden. Maar dat is niet wat ‘regering’ is, ondanks dat autoriteit’ beweert namens de mens en het algemeen welzijn te handelen.

De waarheid is dat ‘autoriteit’ van nature altijd in directe tegenspraak is met de belangen van de gemiddelde mens.

‘Autoriteit’ is geen nobel idee dat soms fout gaat. Noch is het een fundamenteel geldig concept dat slechts ‘af en toe’ wordt gecorrumpeerd. Het concept van ‘autoriteit’ is van boven tot onder, van begin tot eind, een anti-menselijk en verschrikkelijk destructief idee.

‘Autoriteit’ is ‘het recht om te regeren’

‘Autoriteit’ kan worden samengevat als ‘het recht om te regeren’. Het is niet alleen het vermogen om anderen met geweld iets aan te doen. Maar het is het veronderstelde morele recht over mensen te mogen regeren. Hoe ‘onderdanen’ naar de autoriteit kijken, bepaalt de verschillen en de overeenkomsten tussen een ‘autoriteit’ en een straatbende.

Vrijwel iedereen beschouwt een crimineel die ontvoert en afperst als immoreel en onrechtvaardig. Een slachtoffer kan, uit angst, voldoen aan de eisen. Niet uit gevoel van morele verplichting. Hij ziet zijn ontvoerder niet als een legitieme, rechtmatige heerser. Hij neemt zich niet voor dat de crimineel zijn ‘autoriteit’ is. De buit die de crimineel maakt, heet geen ‘belasting’. En zijn bedreigingen noemt men geen ‘wetten’.

De ‘wet gehoorzamende belastingbetaler’

Daarentegen neemt de gemiddelde (gehoorzame) burger de bevelen van ‘autoriteit’ heel anders waar. De meeste van degenen aan wie de bevelen zijn gericht, gehoorzamen braaf.

De macht en controle die ‘autoriteit’ met de ‘regering’ uitoefent over alle anderen wordt gezien als geldig en legitiem. Zelfs ‘legaal’ en dijkwijls als ‘goed’. Het fundament van het sociale bestaan komt voort uit ‘het gehoorzamen van de wet’. Bovendien is er de gewoonte om geld in de vorm van belasting te betalen aan ‘autoriteit’. Gemotiveerd dikwijls door angst voor stra. Echter heeft men een soort gevoel van plicht om gehoorzamen. Niemand is er trots op wanneer hij bestolen is door een straatbende. Toch dragen vele het label van de ‘wet gehoorzamende belastingbetaler’ als een soort ereteken.

Het imago dat ‘de onderdanen’ hebben van de zogenaamde autoriteit die hen bevelen geven, is hierin allesbepaalend. Als de onderdanen de regering als rechtmatige meester zien, dan wordt ‘autoriteit’ per definitie gezien het recht van het ordenen van dergelijke bevelen.

Dit imago impliceert op zijn beurt een morele verplichting aan de mensen om die bevelen te gehoorzamen. Zichzelf bestempelen als een ‘wetsgetrouwe belastingbetaler’ is opscheppen over iemands loyale gehoorzaamheid aan de ‘regering’. Een regering die de illusie van morele ‘autorieit’ creëert, waaraan jij je vasthoudt.

Autoriteit bestaat niet

Kortom, autoriteit bestaat in feite niet.

Kijk, politie die de wil van politici uitvoeren, die bestaan. De gebouwen die politici bewonen, die zijn echt. De wapens die politici hanteren, die zijn ook heel echt. Echter, het vermeende ‘autoriteit’ waarover zij pleiten te beschikken, is verre van echt. Wanneer ‘autoriteit’ de acties van machthebbers niet legitiem zou maken, zou de ‘regering’ niets anders zijn dan een bende schurken. De term ‘regering’ impliceert legitimiteit. Regering betekent de uitoefening van ‘autoriteit’ over een bepaald volk of een bepaalde plaats.

De manier waarop mensen spreken over de machthebbers. In hoeverre zij de bevelen tot ‘wetten’ benoemen. De mate waarin zij ongehoorzaamheid naar kreten van de machthebbers als misdadig beschouwen. Allemaal factoren die impliceren dat de regering het recht om te regeren bezit. En haar onderdanen de overeenkomstige verplichting om te gehoorzamen bezitten. Zonder het recht om te regeren (‘autoriteit’) is er geen reden om de entiteit ‘regering’ te noemen. Dan zijn alle politici en hun huursoldaten volkomen niet te onderscheiden van een gigantisch circuit van de georganiseerde misdaad. Hun ‘wetten’ zijn zo legitiem als de bedreigingen van dieven en moordenaars. En dat is in werkelijkheid elke ‘regering’: een onwettige bende schurken, dieven en moordenaars, vermomd als een rechtmatig regerend lichaam.

De legitimiteit van ‘autoriteit’

Elke voorgestelde oplossing voor een probleem is inherent ongeldig, als dat afhangt van het bestaan ​​van een ‘autoriteit’ dat alles omvat binnen het domein van de politiek.

De toelichting is in de volgende analogie.

Twee mensen hebben een nuttige, rationele discussie over energie. De vraag is of kernenergie of hydro-elektrische dammen de betere manier is om elektriciteit voor de stad te produceren.

Maar dan suggereert iemand dat de betere optie is om elektriciteit op te wekken met behulp van magische elfenstof.

Zijn opmerking is belachelijk en moet worden afgedaan, omdat echte problemen niet kunnen worden opgelost door mythische entiteiten. Toch is vrijwel alle moderne discussie over maatschappelijke problemen niets anders dan een betoog over magische elfenstof. Welke magische elfenstof gaat de mensheid redden?

Alle politieke discussies berusten op een onbetwiste maar valse veronderstelling. Een veronderstelling die iedereen in blind vertrouwen neemt. Dit doen mensen simpelweg omdat zij de mythe als echt zien. Het constant in hun hoofd herhaaldelijk bevestigen van het idee dat er zoiets als een legitieme ‘regering’ kan bestaan.

Het probleem met populaire denkvallkuilen is precies dat. Ze zijn populair.

Wanneer een geloof, zelfs het meest belachelijke, onlogische geloof, door de meeste mensen wordt aangehangen, zal het voor de gelovigen niet onredelijk aanvoelen. Doorgaan met het geloof zal gemakkelijk en veilig voelen, terwijl het in twijfel trekken ongemakkelijk zal aanvoelen.

Bovendien zal het erg moeilijk zijn om het geloof te betwisten, zo niet onmogelijk.

Zelfs bewijs in overvloed is niet genoeg geweest om meer dan een handvol mensen zelfs maar te laten twijfelen aan het fundamentele concept. De afschuwelijke vernietigende kracht van de mythe van ‘autoriteit’. Een kracht op een bijna onbegrijpelijk niveau, die duizenden jaren teruggaat.

En dus, gelovend dat ze verlicht en wijs zijn, blijven mensen struikelen over de ene kolossale ramp na de andere, als gevolg van hun onvermogen om de gevaarlijkste religie van zich af te schudden: het geloof in ‘autoriteit’.

‘Wet’ van autoriteit

Het gebruik van de term ‘wet’ om de inherente eigenschappen van het universum te beschrijven, zoals de wetten van de natuurkunde en wiskunde, heeft niets te maken met het concept van ‘autoriteit’. Verder is er nog een ander concept, genaamd ‘natuurwet’, dat heel anders is dan wettelijk ‘recht’ (d.w.z. ‘wetgeving’). Andere namen voor deze natuurwet zijn: ‘spirituele wet’, ‘wet van oorzaak en gevolg’, ‘de natuurlijke orde’. In het engels: natural law, karmic law in het engels.

Het concept van de natuurwet is dat er normen van goed en kwaad zijn die inherent zijn aan de mensheid en die niet afhankelijk zijn van enig menselijke ‘autoriteit’. Die in feite alle menselijke ‘autoriteit’ overstijgt.

‘Wetshandhaving’: een van de meest voorkomende voorbeelden van ‘autoriteit’ die veel mensen dagelijks zien. De ‘uitvoerende macht’, dit zijn de mensen die het label ‘politie‘ of ‘wetshandhaving’ dragen. Het gedrag van ‘wetshandhavers’ is veelzeggend. Bovendien is de manier waarop de gemiddelde burger naar handhavers kijken en met hen omgaan erg typisch. De gemiddelde burger is niet zijn gelijke.

Deze ambtenaren zijn de vertegenwoordigers van ‘autoriteit’, waarop zeer verschillende normen van moraliteit van toepassing zijn .

Stel bijvoorbeeld dat iemand over straat reed zonder te weten dat een van zijn remlichten was doorgebrand. Als een gemiddelde burger de chauffeur zou dwingen te stoppen en vervolgens een grote som geld van hem zou eisen, zou de chauffeur woedend zijn. Het zou worden gezien als afpersing, intimidatie en mogelijk aanranding en ontvoering. Maar wanneer iemand die beweert te handelen namens de “regering” precies hetzelfde doet, door met zijn lichten te knipperen (en de persoon achterna te zitten als hij niet stopt) en dan een “bekeuring” uit te geven, worden dergelijke acties door de meesten beschouwd ala volkomen legitiem te zijn.

De politie

In een zeer reële zin worden de mensen die badges en uniformen dragen niet door iedereen als louter mensen beschouwd. Ze worden gezien als de arm van een abstract ding dat ‘gezag’ wordt genoemd.

Als gevolg hiervan worden de juistheid van het gedrag van “politieagenten” en de rechtschapenheid van hun acties gemeten met een heel andere maatstaf dan het gedrag van alle anderen. Ze worden beoordeeld op hoe goed ze “de wet” handhaven in plaats van op de vraag of hun individuele acties voldoen aan de normale normen van goed en kwaad die voor iedereen gelden. Het verschil wordt geuit door de ‘wetshandhavers’ zelf, die hun acties vaak verdedigen door dingen te zeggen als ‘Ik maak de wet niet, ik handhaaf hem alleen’. Het is duidelijk dat ze verwachten alleen te worden beoordeeld op hoe trouw ze de wil van de ‘wetgevers’ uitvoeren, in plaats van op de vraag of ze zich gedragen als beschaafde, rationele mensen.

De ‘beschaafde’ middenklasse

Mensen die zichzelf hoogopgeleid, ruimdenkend en vooruitstrevend vinden, willen zichzelf niet zien als de slaven van een meester, of zelfs niet als de onderdanen van een heersende klasse. Daarom is er veel gerationaliseerd en verduisterd in een poging om de fundamentele aard van de “regering” als heersende klasse te ontkennen. Veel verbale gymnastiek, misleidende terminologie en mythologie zijn vervaardigd om te proberen de ware relatie tussen ” regeringen’ en hun onderdanen. Deze mythologie wordt aan kinderen onderwezen als ‘civics’, ook al is het meeste volledig onlogisch en druist het in tegen alle bewijzen. Het volgende behandelt enkele van de populaire soorten propaganda die worden gebruikt om de aard van ‘gezag’ te verdoezelen.

Geen wederzijdse instemming

In de moderne wereld wordt slavernij bijna universeel veroordeeld. Maar de relatie van een waargenomen “autoriteit” tot zijn onderdaan is heel erg de relatie van een slavenmeester (eigenaar) tot een slaaf (eigendom). Omdat ze dat niet willen toegeven, en niet willen vergoelijken wat neerkomt op slavernij, zijn degenen die in “gezag” geloven getraind om schaamteloos onnauwkeurige retoriek uit het hoofd te leren en te herhalen, bedoeld om de ware aard van de situatie te verbergen. Een voorbeeld hiervan is de uitdrukking “toestemming van de geregeerden”.

Instemming versus geweld

Er zijn twee fundamentele manieren waarop mensen met elkaar kunnen omgaan: met wederzijdse instemming, of door een persoon die bedreigingen of geweld gebruikt om zijn wil aan een ander op te dringen. De eerste kan worden bestempeld als “toestemming” – beide partijen stemmen vrijwillig en vrijwillig in met wat er moet gebeuren. De tweede kan worden bestempeld als ‘regeren’ – de ene persoon controleert de andere. Aangezien deze twee – instemming en bestuur – tegengesteld zijn, is het concept van “toestemming van de geregeerden” een contradictie. Als er wederzijdse instemming is, is het geen “regering”; als er wordt geregeerd, is er geen toestemming. Sommigen zullen beweren dat een meerderheid; of de mensen als geheel, hebben ingestemd om te worden geregeerd, zelfs als veel individuen dat niet hebben gedaan. Maar zo’n argument zet het begrip instemming op zijn kop.

Opgelegde toestemming

Niemand, individueel of als groep, kan toestemming geven om een ​​ander iets aan te doen. Dat is gewoon niet wat “toestemming” betekent. Het tart alle logica om te zeggen: “Ik geef mijn toestemming dat je wordt beroofd.” Toch is dat de basis van de cultus van ‘democratie’: het idee dat een meerderheid toestemming kan geven namens een minderheid. Dat is geen ’toestemming van de geregeerden’; het is gedwongen controle over de geregeerden, met de “toestemming” van een derde partij.

Zelfs als iemand zo dom zou zijn om tegen iemand anders te zeggen: “Ik ga ermee akkoord dat je me met geweld controleert”, op het moment dat de controller de “controllee” moet dwingen om iets te doen, is er duidelijk geen “toestemming” meer. Voorafgaand aan dat moment is er geen “regering” – alleen vrijwillige samenwerking. Door het concept nauwkeuriger uit te drukken, wordt de inherente schizofrenie ervan blootgelegd: “Ik ga ermee akkoord dat u mij dingen oplegt, of ik het ermee eens ben of niet.”

Protest tegen ‘autoriteit’

Maar in werkelijkheid stemt niemand er ooit mee in om degenen in de “regering” te laten doen wat ze willen.

Dus, om “toestemming” te fabriceren waar er geen is, voegen gelovigen in “gezag” een andere, zelfs meer bizarre stap toe aan de mythologie: het begrip “impliciete toestemming”. De bewering is dat, door alleen maar in een stad, of een staat of een land te wonen, men “instemt” zich te houden aan welke regels dan ook die worden uitgevaardigd door de mensen die beweren het recht te hebben om die stad, staat, staat, of land.

Het idee is dat als iemand de regels niet leuk vindt, hij vrij is om de stad, staat of het land helemaal te verlaten, en als hij ervoor kiest om niet te vertrekken, betekent dat dat hij ermee instemt om gecontroleerd te worden door de heersers van dat rechtsgebied.

Eigendom

Hoewel het voortdurend als evangelie wordt nagepraat, tart het idee het gezond verstand.

Het is niet logischer dan een autodief die een bestuurder op zondag aanhoudt en hem zegt: “Door op zondag in deze buurt te autorijden, stemt u ermee in mij uw auto te geven.” Het is duidelijk dat één persoon niet kan beslissen wat telt als iemand anders die ‘instemt’ met iets. Een overeenkomst is wanneer twee of meer mensen een wederzijdse bereidheid kenbaar maken om een ​​regeling aan te gaan.

Gewoon ergens geboren zijn is nergens mee instemmen, evenmin als in je eigen huis wonen als een of andere koning of politicus heeft verklaard dat het binnen het domein valt dat hij regeert. Het is één ding voor iemand om te zeggen: “Als je in mijn auto wilt rijden, mag je niet roken”, of “Je mag alleen mijn huis binnenkomen als je je schoenen uittrekt.” Het is iets heel anders om te proberen andere mensen te vertellen wat ze op hun eigen terrein kunnen doen. Wie het recht heeft om de regels voor een bepaalde plaats te maken, is per definitie de eigenaar van die plaats. Dat is de basis van het idee van privé-eigendom: dat er een ‘eigenaar’ kan zijn die het exclusieve recht heeft om te beslissen wat er met en op dat eigendom gebeurt.

De definitie van slavernij

En dat werpt enig licht op de onderliggende veronderstelling achter het idee van impliciete toestemming. Iemand vertellen dat zijn enige geldige keuze is om ofwel het “land” te verlaten of zich te houden aan de bevelen van de politici, impliceert logischerwijs dat alles in het “land” eigendom is van de politici.

Als een persoon jaar na jaar kan besteden aan het betalen van zijn huis, of het zelfs zelf kan bouwen, en zijn keuzes zijn nog steeds om ofwel de politici te gehoorzamen of weg te gaan, dan betekent dat dat zijn huis en de tijd en moeite die hij in het huis investeerde de eigendom van de politici. En voor de tijd en moeite van de een om rechtmatig aan een ander toe te behoren, is de definitie van slavernij. Dat is precies wat de theorie van “impliciete toestemming” betekent: dat elk “land” een enorme slavenplantage is, en dat alles en iedereen daar eigendom is van de politici. En natuurlijk heeft de meester de toestemming van zijn slaaf niet nodig.

De logica van ‘implicitiete’ toestemming

Niet alleen is de theorie van “impliciete toestemming” logisch gebrekkig, maar het beschrijft duidelijk ook niet de realiteit. Elke “regering” die de instemming van haar onderdanen had, zou geen “wetshandhavers” nodig hebben en ook niet hebben. Handhaving vindt alleen plaats als iemand ergens niet mee instemt.

Iedereen met open ogen kan zien dat ‘regering’ regelmatig veel mensen tegen hun wil dingen aandoet. Zich bewust zijn van de talloze belastinginners, agenten, inspecteurs en regelgevers, grenswachters, verdovende middelen, openbare aanklagers, rechters, soldaten en alle andere huurlingen van de staat, en nog steeds beweren dat de “regering” doet wat ze doet met de toestemming van de ‘geregeerden’, is volkomen belachelijk.

Iedereen weet, als hij maar eerlijk is tegenover zichzelf, dat het de machthebbers niet kan schelen of hij ermee instemt zich aan hun „wetten” te houden. De bevelen van de politici zullen worden uitgevoerd, zo nodig met bruut geweld, met of zonder toestemming van een persoon.

2 reacties op “Gevaarlijkste religie van de mensheid

  1. Thea (van Theo) zegt:

    Beste blogger,

    Kan, naar uw stellige overtuiging, de lezer van uw bovenstaande bijdrage aan het maatschappelijke debat (u kiest er immers voor uw gedachten niet voor uzelf te houden, maar het in de openbaarheid -via het medium ‘world wide web’- te brengen) autoriteit aan u verlenen? Graag verneem ik uw standpunt in deze.

    • admin zegt:

      Hallo Thea, dank voor je reactie.

      Dat is een goede vraag! Ware autoriteit is een gegeven, dat werkt volgens principes, zoals de natuur. En zou door niemand, in die absolute zin, geclaimt kunnen worden.
      Je kunt naargelang menselijke interpretatie en preferentie bepaalde kennis of innerlijk weten autoriteit verschaffen. Ik stel echter dat ieder mens oneindige potentie is, en dus oneindige autoriteit al in ieder mens zit. ‘autoriteit weggeven’ of ‘autoriteit krijgen’, vanuit mijn invalshoek, worden daarmee betekenis-loze begrippen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

nl_NLDutch